FIETSEN
de fiets [fits] (m./v.)

vervoermiddel waarvan je de wielen via een kettingsysteem aan het draaien brengt door op pedalen te trappen
WIELEN
het wiel [wil]

ronde schijf die aan een as draait en over de grond rijdt,
hier: zorgt ervoor dat een fiets kan rijden
HELMEN
de helm [hɛlm] (m.)

hard hoofddeksel om je hoofd te beschermen,
hier: hoofddeksel voor wielrenners en fietsers in het algemeen
SCHOENEN
de schoen [sxun] (m.)

wat je draagt aan een voet om de voet warm te houden en te beschermen,
hier: sportschoen gemaakt voor tijdens het fietsen
FIETSKLEDING
de fietskleding [ˈkledɪŋ] (v.)

wat je over je lichaam aantrekt, ter bescherming of voor het mooie,
hier: kleding geschikt voor op de fiets